To Jan Sijckes van Stavoren, 23 mei 1672

desen brijef salmen
bestellen te karsou
ijnt schep de ver
gulden
kroon en
dan aen ijan
sijckes van sta
vooren

met
vrijn


de god
bev

loft godt all
loft godt boven alle menschen den 23 meij

een vrijendeleijcke groetenese geschreven aen mijn seer bemende
man ijan sijckes ick u l lijefste vrou laet u weten dat wij alte
saemen
noch redelijck gesondt sijn als dat wij verhoepen dat het met
u mijn alderlijefste mede soo is waer het anders het sou ons van
haerten ledt sijn om te hooren vord laet ick u mijn alderlijefste weten
dat ick noch geen brijef kregen heb maer de andere weijven hebben
alle gaer al een brbrijef kregen maer ick nijet daer ick soo na
u verlaen dat wet ghij wel daer het sulken laengen wenter
west het maer het is of ghij nijet een bet om mij denckt dat
doet mij soo seer dat ghij soo veel tijt nijdt heb dat ghij een mij
een brijef stuert daer ick u soo lijef heb dat weet godt almachtijch
een kender van alle haerten is maer ghij weet wel dat ick soo
verlaen na u het is of ick de dach nijet beleven sal dat mijn
alderlijefste man tus komen sal maer ick hoep dat godt de h
heer het versijn sal daer moeten wij op betrouuen de sal het
wel maecken soo best […]is vors laet ick u mijn alderlijefste
weten dat ick bij ijou vaer ge west heb tot amsterdam en
en hij vaert met de smack en ijou suster wont tot amster
dam
en ijou swager het heel sijck west maer hij is nou weer
beter en is ben soo verlegen hoe ghij over komen sal het is soo
prijckel van de vijant om nomen te worden en schrijft
mij doch een brijf met den ersten het doet mij soo nijn dat de
lijefde soo veel nijet vermach daer ick het u soo haert belaest
heb doen ghij wech gijn dat ghij mij een brijef schrijven soou
maer ghij denckt uijt het ooge uijt het herte maer is heb u
aleven lijef als mijn alderlijefste maer over komt van de
somer want ick soo seer nae u mijn lijefste verlaen om bij
u te wesen maer het kan nijet baten de tijt duert mij soo
lan ick lof uijdt dat ghij soo nae mij verlaen als ick nae
u ick laet soo menijgen uer slapen om u mijn alderlijef
ste
en west van mij gekust met een vrijndelijcke kusen
hijer mede den heer ijn genade bevolen en wij wensen u
my lijefste a hondert duijsent goede dagen ende nachten en
ppast te degen op u lijf dat ghij geen onlock krij bij
mij u l alderlijefst huijs vrou ijemteen leender tot
amsterdam en ons […] swae swager goijken is ten
orlijch is ick hoep dat godt hem behouden weer t
tus sal laten komen

To Jan Sijckes van Stavoren, 23 mei 1672

Letter

Title To Jan Sijckes van Stavoren, 23 mei 1672
Year 1672
Text type private
Autograph uncertain
Signature HCA 30-652-2

Sender

Name Iemteen Leender
Gender female
Class unknown
Age Unspecified
Region of residence Noord-Holland, Amsterdam
Relationship to addressee (ex-)wife

Addressee

Name Jan Sijckes van Stavoren
Place Unspecified
Country Curaçao
Region Caraïbisch gebied
Ship Vergulde Kroon

Sent from

Place Amsterdam
Country Nederland
Region Noord-Holland
Ship Unspecified
Hits in document
Document length (tokens) 472